U.

 

 

 

Ufenen

oefenen.

Uieren

1) meer of minder worden. t uiert af, t uiert aon, het wordt minder, het wordt meer; 2) treuzelen. wa ligde toch te uieren, wat ben je toch aan het treuzelen.

Uierzlf

zalf, speciaal tegen uierontstekingen, maar in de praktijk een veelgebruikt wondermiddel.

Uitbilden

uitbeelden.

Uitdoen

eruit halen, rooien. ze zn de lper aont uitdoen, ze zijn de aardappels aan het rooien.

Uiterdijk

uiterwaard.

Uitern

uit elkaar.

Uitgien

slijm opgeven.

Uithrken

uithoren.

Uitmaak

uitvlucht.

Uitnaejen

dr uitnaejen, zich uit de voeten maken.

Uitporteleveren

fotograferen. ook uitprenten.

Uitprenten

fotograferen.

Uitschiten

schoonmaken. hij is de vrkeskoi aont uitschiten, hij is het varkenshok aan het schoonmaken.

Uitslag

huidziekte.

Uitsleutel

oplossing, verklaring (b.v. van een raadsel).

Uitsliepen

uitlachen.

Uitstukken

verstellen.

Uittrekken

uitkleden. zn eigen uittrekken, zichzelf uitkleden.

Uitzet

linnengoed en huishoudvoorwerpen. ze h al veul vur dren uitzet, ze heeft al veel artikelen voor haar toekomstig huishouden.

Uiventje

t Uiventje, het Oventje, buurtschap bij Zeeland. Bij Goertjes op t Uiventje bakken ze goeie mik, bij bakker Willems op het Oventje bakken ze lekker brood.

Uje

Uden. Gdde mee naor Uje mrt?, ga je mee naar de markt in Uden?

Ujese zwarte

Udense zwarte, een zoete kers.

Ullieje

jullie.

Ulling

bunzing.

Um

1) om; 2) hem.

Umblg

omlaag. de weind st umblg, de wind komt uit het zuiden.

Umd

omdat. ook umda.

Umdrrum

daarom.

Umgang

omgang. de pastoor of kapelaan kwam enkele keren per jaar goederen of geld ophalen om in hun levensonderhoud te voorzien. Zo had je de btter-,ier- of rogmgang.

Umhog

omhoog. de weind st omhg, de wind komt uit het noorden.

Umhouwen omhakken.

Umlullen

ompraten, op andere gedachten brengen. zie ook umproten.

Ummers

immers.

Umproten

ompraten.

Umstebrt

om de beurt.

Umtrekken

zn eigen umtrekken, zichzelf omkleden.

Umtrent

omtrent, bij lange niet.

Umwssen

afwassen.

Umwngen

omkeren.

Unne

een.

Uperen

opperen, een metselaar of rietdekker de materialen anbrengen.

Uperman

opperman.

Urre

haar.

Utje

grtmoeder.

Uttevan

grtvader. zie ook utvaai.

Utvaai

grtvader.

Urst

eerst.

Uuveren

vorderen. t uuvert nie, het vordert niet.

Uweg

weg. hij g uweg, hij gaat weg, er vandoor.

        terug