D.

 

 

 

Daad

Dood

Daalder

Daolder

Daar

Dr, Dr, Dr

Daaraan

Draon

Daarbij

Drbij

Daarginds

Drgins, Geeneind, Ginter

Daarheen

Ginsop

Daarin

Drin

Daarmee

Drmi

Daarom

Drrum, Umdrrum

Daas

Daos, Bleindaos

Dadelijk

Daluk, Seffes, Sommendenne

Dagelijks

Daogeluks

Dakbedekking

Li

Dakdruppel

Euzendrp, Neuzendrp

Dakgoot

Geut

Dakpannenmaker

Pannenbakker

Dakrand

Euzen

Dalen

Daolen

Dam in een beek

Kraej

Damp

Waosem

Dan

As

Dapper

Mentig

Darm

Drm

Darmen schoonmaken

Stronten

Dat

Asda, Da, D

Dauw

Daauw

De boel overhoop halen

Rderen

December

Dizzember, Wintermnd

Deed je

Dinde

Deegbak

Vloot

Deel

Dl

Deftig

Stads

Deftig praten

Stads proten.

De Graspeel

De Graspl

De hele boel

Reut

De koe hoeden

Heuien

Dekrijpe zeug

Beergelt

Deksel

Dek, Lit, Scheel

Delen

Dilen

Dement

Keinds, Verkeindst

Dennenappel

Foep, Kruts, Toot

Denneboom Mst

De Peel

Pl

Derde

Drde

Dertien

Dartien

Dertiende

Dortiende

Dertig

Dartig

Dertigste

Dortigste

De top er af halen

Tppen

Deugniet

Kloris

Deuk

Buts, Duts

Deurkozijn

Dergebont, Gebont

Deurstijl

Pst

De voeten niet opheffen

Sloepen

De volgende dag

Mrgen

Deze

Dizze

De zeis scherpen

Haoren, Wetten

Deze week

Vandeweek

De zondag na Pasen

Beloken Paosen

Dialect

Plat

Dialect spreken

Plat prooten

Diarree

Derloop, Dunne, Spllen

Dicht

Tw

Dichtstbijzijnde

Naoste

Dichttrekken

Rmmen

Die

Diy

Diegene

Dieje

Dienstmeid

Maot, Meid, Vrouwmeid

Diep

Dip, Bovenrmens

Difterie

Kroep

Dikke winterjas

Duffel

Dik touw

Rp, Zeel

Dikwijls

Dik, Dikkels, Diksentijds, Duk, Duksentijds, Mstal, Mistentds

Ding

Dingen

Direkt

Mee, Seffes

Dissel

Dijsel

Distel

Dijsel, Dijstel

Dit

Di, Dees

Dobbelen

Dbbelen

Doe je

Doede

Doek

Bensletter, Fallie, Lap

Doel

Buut

Doet t

Duget

Dom iemand

Gaperd, Karhengst

Domme praat verkopen

Lullen, Zeveren

Domme vrouw

Bloos, Gaap

Dommelen

Dutselen, Sozelen

Domoor

Gperd, Gaapmuts

Donder

Faolie, Mieter

Donker

Donkere

Donsveren

Dns

Dood

Dd

Doof

Df, Hardheurig

Dooien

Dien

Dooier

Djjer

Door

Deur, Dur

Door de modder gaan

Dabben

Doorgaan

Deurgoon, Drgaon, Wijergoon

Doorvertellen

Vrtvertellen

Doorwaadbare plaats

Voort

Door water lopen

Klossen, Waojen

Doorzeuren

Graozen

Doos

Ds, Pak

Dop van noot

Schlp

Doppen

Dppen

Dor

Dr

Dorp

Drp

Dorpel

Dlper, Drpel

Dorsen met de dorsvlegel

Vlegelen

Dorsknuppel

Vlegel

Dorsmachine

Hekkelemeulen

Dorst Drst

Draad

Droot

Draagbaar

Boor

Draagdoek

Slip

Draai

Drai

Draaien

Drajen, Koenkelen

Draaier

Welver

Draaiorgel

Drajrgel

Drank

Sop

Drassig bosgebied

Brobbelbis, Mirlo

Drassig land

Broek

Drek

Drats, Mozzik, Slob

Drie

Driy

Driekoningen

Driykunningen

Drie maal

Driymel

Drieslagstelsel

Driyslag

Driesprong

Tip

Dril

Klibber

Dringend bidden

Permegracie, Permitteren

Drinken

Lppen, Zuipen

Drinken geven

Witteren

Drinkkan

Trn

Droefheid

Rouw

Droevig

Druvig

Drogen

Dreugen

Dronken

Zat

Droog

Dreug

Droogrek voor hooi

Ruiter

Droogtrekken

Aftrekken

Drop

Sp

Dropwater

Spwtter

Drossaard

Drossent

Druivestruik

Druivevijger, Vijger, Wijgert

Druk bewegen

Krienselen

Druk doen

Touwen, Getierig

Druk praten

Kebbelen, Klazineren

Drukknoopje

Knipknupke

Drukte

Begnkenis, Gedoe, Trammelant

Druppel

Drop, Drp, Drppel

Druppen

Drppen

Dubbel

Dobbel

Dubbeltje

Dbbeltje

Duiden

Duien

Duif

Rsduif

Duikelen

Keukelen

Duimen

Tutten

Duit

Dit

Duitse handelaar Pruis

Duivel

Duvel

Duizelig

Dol

Duizend

Duzend

Duizendschoon

Lievermnnekes

Dun touw

Koort

Dunne mest

Spl

Dunne roe

Gieps, Sliet

Dunne vloeistof

Loerie, Poelie

Dunner

Dunder

Duwen

Douwen

Dwaallichtje

Stalkars

Dwarrelwind

Huwmuw

Dwars

Dwrs, Streek

Dwarshout

Schaei

Dwarshout voor een deur

Melker

Dwars liggen

Streek hebben

Dwarsliggers

Dwrsliggers

Dweil

Dwael

        terug